Factor Bz

header2012

De noorderlichtactiviteit hangt af van meerdere factoren, waarbij de polariteit van het magneetveld dat de zonnewind met zich meedraagt de belangrijkste parameter (Bz) is. De wetenschap is er helaas nog niet in geslaagd om deze factor te kunnen voorspellen.
Vaak gebeurt het dat deze polariteit zich nogal springerig gedraagt, waardoor het noorderlicht ook plots kan opduiken om vervolgens ook weer snel uit te doven. Vandaar ook dat een "hoge" noorderlichtactiviteit niet garandeert dat het noorderlicht steeds even indrukwekkend aan de sterrenhemel zal te bewonderen zijn. Het kan best wel eens urenlang het geval zijn bij een stabiele gunstige polarisatie van het magneetveld (Bz), maar het kan net zo goed om korte opflakkeringen gaan. Doorgaans mogen we bij een gunstige Bz echter een reeks 'substormen' verwachten, waarbij het noorderlicht met een periodiciteit van pakweg 1.5u zal opflakkeren.
In feite betekent de indicatie "hoog" dus dat er flink wat spektakel te verwachten is wanneer de polariteit van het magneetveld mee wil werken. In dat geval zal het noorderlicht ook niet enkel in het noorden te zien zijn, maar bijvoorbeeld ook recht boven u in het zenit of zelfs meer naar het zuiden. Het kan dan alle vormen en meerdere kleuren aannemen. Het betekent ook dat er een hoge zonnewind verwacht wordt, en dat zelfs bij een ongunstige Bz-waarde noorderlicht kan worden waargenomen, zij het dan minder spectaculair en meer in het noorden.

Wanneer een "zwakke" noorderlichtactiviteit wordt verwacht betekent dit dat het noorderlicht eerder laag boven de noordelijke horizon te zien zal zijn wanneer de polarisatie van het magneetveld gunstig (zuidelijk, negatief) is. Dat zal dan vaak onder de vorm van een groene gloed of in het beste geval tijdelijk als een stabiele groene boog gebeuren. Wanneer het magneetveld ongunstig (noordelijk, positief) georiƫnteerd is zal er echter niets te zien zijn, zelfs al is het kraakhelder. Wanneer de verwachting op "zwak" staat zal de snelheid van de zonnewind laag zijn.


De polarisatie van het magneetveld (Bz) dat de deeltjes met zich meedragen is te volgen in onderstaande grafiek. Deze meting gebeurt door een satelliet op pakweg een uurtje afstand (afhankelijk van de snelheid van de zonnewind) van de Aarde. Op deze manier is dus op korte termijn te zien of het zin heeft om een blik op het noorden te werpen of niet.
Wanneer de pijl zich in het rode gebied bevindt is de kans op fel noorderlicht binnen het uur erg groot.
Wanneer de pijl in het gele gebied terechtkomt is er wellicht ook noorderlicht te verwachten, zij het wat minder fel. Zo zien we dat bij een positieve Bz toch nog noorderlicht mogelijk is wanneer de snelheid van de zonnewind hoog genoeg is.
Wanneer de pijl zich in het groene gebied bevindt (positieve Bz, lage snelheid zonnewind) is er over een dik uur niet meteen noorderlicht te verwachten. Maar zoals reeds vermeld: Bz is een onstabiele factor die snel kan omklappen van + (ongunstig) naar - (gunstig).

Aangezien bovenstaande grafiek dus een aanwijzing is voor de noorderlichtkansen over pakweg een uurtje kunnen we dus niet afleiden hoe groot de kans op noorderlicht op dit eigenste moment is. Want misschien was de gemeten Bz-waarde een uur geleden wel helemaal anders.
Daarvoor hebben we dan bijvoorbeeld weer onderstaande grafieken ter beschikking, waarin oa. de evolutie van Bz (de gele grafiek) te zien is gedurende de voorbije 2u. Een negatieve Bz is dus gunstig voor noorderlichtkansen. Voor de kansen op dit moment moeten we dus de Bz aflezen tussen pakweg 50 tot 70 minuten geleden:

Hoe hoger bovendien de Bt-waarde (rode lijn), hoe sterker het magneetveld van de zonnewind en hoe zwaarder het magneetveld rond de Aarde onder druk zal komen te staan.

 

Meer uitleg via deze link